Begrippenlijst · Categorie
Technische SEO-begrippen
Techniek bepaalt of je content überhaupt gecrawld, gerenderd en geïndexeerd wordt. Deze begrippen gaan over redirects, indexatiesignalen, structured data en paginasnelheid.
46 begrippen · 46 met een volledig uitgewerkte pagina · terug naar de complete begrippenlijst
- Een permanente doorverwijzing van de ene URL naar de andere. Vrijwel alle autoriteit stroomt mee; gebruik dit bij verhuizingen, samenvoegingen en URL-wijzigingen.
- Een tijdelijke doorverwijzing. Google blijft de originele URL indexeren; laat je een 302 maanden staan, dan behandelt Google hem meestal alsnog als 301 — maar met vertraging en verlies.
- De statuscode waarmee de server aangeeft dat een URL niet bestaat. Normaal en onschadelijk, tenzij pagina's met backlinks of verkeer verdwijnen of interne links erop wijzen.
- Brotli is een compressiemethode die tekstbestanden zoals HTML, CSS en JavaScript kleiner maakt voor verzending. Ten opzichte van gzip levert het doorgaans vijftien tot twintig procent extra besparing op.
- Een link-element dat aangeeft welke URL de voorkeursversie is bij (bijna) identieke content. Voorkomt kannibalisatie tussen filter-, paginatie- en parametervarianten.
- Een netwerk van servers dat je pagina's en bestanden dicht bij de bezoeker uitlevert. Een CDN verlaagt de laadtijd en de kans op time-outs bij crawlers.
- Cloaking is het tonen van andere content aan zoekmachines dan aan bezoekers, met als doel rankings te manipuleren. Het is een schending van Google's spamrichtlijnen en kan leiden tot een handmatige maatregel.
- CLS meet hoeveel de inhoud van een pagina onverwacht verspringt tijdens het laden. Een score onder 0,1 geldt als goed; hogere waarden betekenen dat bezoekers op het verkeerde element klikken.
- Google's set gebruikerservaring-metrics: LCP (laadsnelheid), INP (interactie) en CLS (layoutstabiliteit). Een zwakke score kost vooral conversie, en pas in tweede instantie ranking.
- Het aantal URL's dat een zoekmachine binnen een periode op je site crawlt. Relevant vanaf tienduizenden URL's; verspilling komt meestal van parameters, facetten en dunne pagina's.
- Een programma dat automatisch webpagina's ophaalt en de links daarin volgt, zodat zoekmachines en AI-systemen het web in kaart brengen.
- Dezelfde of vrijwel identieke inhoud op meerdere URL's. Er bestaat geen straf voor, maar je verliest autoriteit, crawlbudget en controle over welke URL rankt.
- Filters op categoriepagina's (maat, kleur, prijs) die per combinatie een nieuwe URL genereren. Zonder beheersing ontstaan miljoenen bijna-identieke URL's die crawl-budget verspillen.
- FAQPage-structured data waarmee je vraag-antwoordparen machineleesbaar maakt. Sinds 2023 nauwelijks nog rich results, maar wel waardevol voor AI-antwoorden en voice.
- De gratis tool van Google waarin je ziet hoe je site wordt gecrawld, geïndexeerd en vertoond in de zoekresultaten — de enige bron met echte Google-data.
- Markup die aangeeft welke taal- of landversie van een pagina voor welk publiek bedoeld is. Verplicht bij meertalige sites om verkeerde versies in de SERP te voorkomen.
- De driecijferige codes waarmee een server het resultaat van een verzoek meldt: 200 oké, 301/302 verplaatst, 404 niet gevonden, 410 verwijderd, 5xx serverfout. Ze bepalen hoe crawlers je site interpreteren.
- HTTP over een versleutelde TLS-verbinding. Sinds 2014 een lichte rankingfactor en inmiddels de norm; zonder HTTPS waarschuwen browsers je bezoekers.
- De stap waarin JavaScript de door de server geleverde HTML in de browser interactief maakt. Gaat hydration mis, dan zien bezoekers wel tekst maar werkt de pagina niet.
- Index bloat is het verschijnsel dat Google veel meer URL's van je site heeft geïndexeerd dan waardevol is, bijvoorbeeld filter-URL's, zoekresultaten en paginering. Het verspilt crawl-budget en verdunt de kwaliteitsindruk van je site.
- Het opnemen van een pagina in de zoekindex, waardoor die pagina in de zoekresultaten kan verschijnen. Crawlen is bekijken, indexeren is opnemen.
- INP meet hoe snel een pagina zichtbaar reageert op interacties van de bezoeker, zoals klikken en typen. Sinds maart 2024 is het de Core Web Vital voor responsiviteit, in plaats van FID.
- De manier waarop crawlers JavaScript verwerken. Google rendert in een tweede fase; de meeste AI-crawlers doen het helemaal niet, waardoor client-side content voor hen niet bestaat.
- Het aantal kliks dat nodig is om vanaf de homepage bij een pagina te komen. Hoe dieper een pagina staat, hoe minder autoriteit en crawl-aandacht hij krijgt.
- Techniek waarbij afbeeldingen, iframes of componenten pas laden wanneer ze bijna in beeld komen. Goed voor Core Web Vitals, riskant voor tekst en links.
- Het onderzoeken van serverlogs om te zien welke URL's zoekmachine- en AI-crawlers werkelijk ophalen, hoe vaak en met welke statuscodes. De enige bron van echt crawlgedrag.
- Google gebruikt de mobiele versie van je pagina's als basis voor indexatie en ranking. Content die mobiel ontbreekt, telt niet mee — ook niet voor desktopzoekers.
- Een meta-robots-instructie die een pagina uit de index houdt. De pagina moet crawlbaar blijven, anders ziet Google de instructie nooit.
- De snelheid waarmee een pagina laadt en bruikbaar wordt, gemeten met veldwaarden zoals LCP, INP en CLS. Snelheid is geen sterke rankingfactor, maar wel een sterke conversiefactor.
- Het opdelen van een lange lijst met resultaten over meerdere URL's (pagina 1, 2, 3…). Verkeerd opgezette paginering kost crawl-budget en laat diepe items onvindbaar.
- Een reeks doorverwijzingen achter elkaar, waarbij A naar B en B naar C wijst. Elke extra hop kost laadtijd en crawlbudget; werk ketens plat naar één directe 301.
- Render-blocking resources zijn CSS- en JavaScript-bestanden die de browser eerst moet ophalen en verwerken voordat er iets op het scherm verschijnt. Ze zijn de belangrijkste oorzaak van een trage eerste weergave.
- Responsive design is een bouwwijze waarbij één HTML-versie zich met CSS aanpast aan elk schermformaat. Voor SEO is het de voorkeursoplossing van Google omdat er één URL en één contentversie bestaat.
- Verrijkte zoekresultaten met extra elementen zoals sterren, prijzen of uitklapbare vragen, gegenereerd uit structured data. Markup is een voorwaarde, geen garantie.
- Een meta-instructie in de head van een pagina (of via de X-Robots-Tag header) die per pagina bepaalt of die geïndexeerd mag worden en of links gevolgd worden.
- Een bestand in de root van je domein dat crawlers vertelt welke paden ze mogen crawlen. Blokkeren in robots.txt voorkomt crawlen, niet indexeren — daarvoor gebruik je noindex.
- Een SEO-migratie is de verhuizing van een site naar een nieuw domein, platform, ontwerp of URL-structuur zonder verlies van organische zichtbaarheid. Het draait om een complete redirectmapping en een gecontroleerde livegang.
- De server levert volledige HTML in plaats van een lege pagina die JavaScript vult. Cruciaal voor GEO: veel AI-crawlers voeren geen JavaScript uit.
- Een pagina die inhoudelijk leeg of niet-bestaand is, maar toch een HTTP 200 teruggeeft. Google ziet dat als foutieve signalering en haalt zulke URL's uit de index.
- Machineleesbare markup (meestal JSON-LD) die de betekenis van een pagina expliciet maakt. Basis voor rich results in Google en voor betrouwbare interpretatie door AI-modellen.
- De extensie van een domeinnaam, zoals .nl, .com of .shop. Een ccTLD als .nl geeft een geografisch signaal voor de Nederlandse markt; het TLD zelf is geen autoriteitsfactor.
- TTFB is de tijd tussen het verzoek van de browser en de eerste byte die de server terugstuurt. Het is de basis onder elke laadtijdmeting: een trage TTFB maakt goede Core Web Vitals vrijwel onmogelijk.
- URL-parameters zijn de sleutel-waardeparen achter het vraagteken in een URL, zoals ?kleur=blauw of ?utm_source=nieuwsbrief. Ongecontroleerd leveren ze eindeloos veel bijna identieke URL's op en daarmee duplicate content en index bloat.
- De opbouw van je URL's: kort, in kleine letters, met koppeltekens en een logische mappenhierarchie. Stabiele URL's zijn een SEO-voorwaarde.
- Een pagina die wel bestaat en soms in de sitemap staat, maar nergens op je site intern wordt gelinkt. Zoekmachines vinden hem moeilijk en beoordelen hem als onbelangrijk.
- Een bestand met alle URL's die je geïndexeerd wilt hebben, inclusief laatste wijzigingsdatum. Versnelt ontdekking van nieuwe pagina's, maar garandeert geen indexatie.
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt
Techniek · uitgewerkt